Onderwijstaal : Nederlands |
Examencontract: niet mogelijk |
Volgtijdelijkheid
|
|
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
|
|
Groep 1 |
|
|
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma tot op heden.
|
|
|
Leren en ontwikkeling (4159)
|
6,0 stptn |
|
|
Vakdidactiek economie basis (4167)
|
6,0 stptn |
|
Of groep 2 |
|
|
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma tot op heden.
|
|
|
Leren en ontwikkeling (4159)
|
6,0 stptn |
|
|
Vakdidactiek gezondheidswetenschappen (4175)
|
6,0 stptn |
|
Of groep 3 |
|
|
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma tot op heden.
|
|
|
Leren en ontwikkeling (4159)
|
6,0 stptn |
|
|
Vakdidactiek ontwerpwetenschappen (4459)
|
6,0 stptn |
|
Of groep 4 |
|
|
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma tot op heden.
|
|
|
Leren en ontwikkeling (4159)
|
6,0 stptn |
|
|
Vakdidactiek wetenschappen en technologie (4209)
|
6,0 stptn |
|
|
| Studierichting | | Studiebelastingsuren | Studiepunten | P1 SBU | P1 SP | P2 SBU | P2 SP | 2de Examenkans1 | Tolerantie2 | Eindcijfer3 | |
 | Educatieve master in de economie jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | 162 | 6,0 | | | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de economie verkort traject | Verplicht | 162 | 6,0 | 162 | 6,0 | | | Ja | Nee | Numeriek |  |
|
| Eindcompetenties |
- EC
| De educatieve master gaat op een positieve wijze om met diversiteit en talenten en geeft op een krachtige wijze vorm aan leren op het niveau van de lerenden en de leergroep en mede op het niveau van het (school)team en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master beschikt over pedagogisch-didactische, vakdidactische en domeininhoudelijke expertise in economie en actualiseert, verbreedt en verdiept deze expertises voortdurend op basis van onderzoek en ervaringen in de praktijk. | - EC
| De educatieve master zet de verworven expertises geïntegreerd in om krachtige leeromgevingen te creëren waarvan alle didactische componenten aansluiten bij de beginsituatie en het leerproces van elke lerende. | - EC
| De educatieve master empowert samen met anderen vanuit een ethische houding de leer- en ontwikkelingsprocessen van elke lerende met het oog op het stimuleren van de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing. | - EC
| De educatieve master plant het werk op korte en lange termijn rekening houdend met de lerende, de leergroep, het team op school en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master communiceert op een heldere wijze in diverse talige situaties en werkt op een constructieve wijze samen met lerenden, collega’s, ouders en externen in functie van het leren. | - EC
| De educatieve master raadpleegt op een autonome wijze (inter)nationaal onderwijskundig, vakdidactisch en domeingebonden onderzoek en vertaalt dit op een kritisch-reflectieve wijze naar de dagelijkse steeds evoluerende onderwijspraktijk. | - EC
| De educatieve master engageert zich in een continu professioneel leerproces gericht op krachtig leren, diversiteit en talenten, innovatie en ontwikkeling en samenwerking en co-creatie van onderwijs. |
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
|
In de stage-OPO’s maken studenten kennis met de lespraktijk en de job van leraar in secundaire scholen (SO) en andere contexten (hoger onderwijs, deeltijds en volwassenenonderwijs, VTO in bedrijfscontexten). Samen met studenten bewaken we dat, over alle praktijk opleidingsonderdelen heen, studenten brede werkervaring opdoen in verschillende stage-contexten, in diverse onderwijsvormen (doorstroom/dubbele finaliteit/arbeidsmarkt) en een variatie aan scholen over de onderwijsnetten heen.
De stage-OPO’s bouwen verder op de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ waarin de studenten door middel van ‘micro teaching’-oefensessies het functioneren als leraar binnen een veilige, gesimuleerde context inoefenen en sluit aan bij pedagogisch/didactische-vakken waarin studenten inzichten vanuit de theorie en onderzoek verwerven. Dit stage-OPO bestaat uit de volgende onderdelen: observaties, assisteer lessen, co-teaching, zelfstandige lesstage en reflectie via het interactief groei- en reflectiedocument.
Observaties, assisteer lessen, co-teaching en zelfstandige lesstage
Studenten observeren lessen bij vakmentoren met als focus pijler 1 leren en ontwikkeling. De kaders die worden aangereikt binnen de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ en de pedagogisch/didactische opleidingsonderdelen vormen de basis om gericht te kunnen observeren. Naast observeren assisteren studenten ook bij lessen van vakmentoren zodat ze geleidelijk aan een meer actieve rol bij het lesgebeuren leren opnemen. De co-teaching lessen kunnen gebeuren samen met een vakmentor of met een medestudent. Hierbij vullen alle partijen een evenwaardige rol in tijdens het lesgebeuren.
Tot slot geven studenten in dit stage-OPO ook al een beperkt aantal uren zelfstandig les. Deze zelfstandige lessen bereiden ze voor a.d.h.v. UHasselt-lesvoorbereidingsformulieren (LVB). Deze lesvoorbereidingen worden vooraf doorgestuurd naar de vakmentor.
Er wordt voor de effectief uit te voeren zelfstandige lesstage worden er verschillende oefenmomenten voorzien van de microteachings van de vakdidactiek en via extra sessies, waarbij de student één voorbereide les in een veilige context kan uitvoeren met medestudenten. De student krijgt hierbij feedback, zowel bij de voorbereiding als bij de oefenles. Dit gebeurt in kleine groepen.
Elke student krijgt één stagebezoek van een pedagogisch stagebegeleider of een vakdidactisch stagebegeleider. De stagelessen worden geobserveerd door de stagementor van de stageschool en gevolgd door een nabespreking. De stagementor vult ook een lesbeoordeling in.
De student bewaakt mee dat hij/zij over alle stage-OPO’s heen minstens tien uur onderwijs in de tweede en/of derde graad SO geeft per gevolgde vakdidactiek. Deze uren worden best gespreid over meerdere stage-OPO’s.
Reflectie via het groei- en reflectiedocument
Het UHasselt opleidingsprofiel geeft richting aan je stage. Doorheen elk stage-OPO reflecteer je over hoe je groeit en vaardiger wordt gericht op de pijlers van de opleiding. Je start met de focus op één pijler ‘Leren en Ontwikkeling’ bij de kennismakingsstage en naargelang je meer ervaring opbouwt, verbreedt je focus met de andere pijlers. Dat doe je a.d.h.v. de criteria in het stagebeoordelingsformulier en de feedback van je mentor. Wat je stelt, onderbouw je met argumenten en relateer je aan specifieke stage-ervaringen in de klas of op school, aan theoretische inzichten uit de opleiding en aan concrete bewijsmaterialen. Het eindresultaat is een interactief verslag opgebouwd met actieve doorklik-linken naar illustratieve lessen, feedback, ervaringen en reflectie-oefeningen in jouw stagemap op Google-drive. Het groei- en reflectiedocument blikt terug op de voorbije stage, gaat in op waar je momenteel staat en beschrijft welke doelen en acties je vooropstelt voor de volgende periode. Per stage-OPO laad je de versie van dit document op na afronding van het betrokken stage-OPO. Gezien stage een continu leerproces is, spreekt het voor zich dat je daarin ook ervaringen en inzichten uit vorige periodes kort kan integreren. De eindversie biedt m.a.w. een terugblik op de volledige stage, een grondige beschrijving op basis van de drie pijlers over ‘waar je nu staat’ in het betrokken stage-OPO en jouw plannen en acties voor de toekomst.
Het interactief verslag vormt de basis voor de beoordeling van jouw professionele leerproces in de stage. Actief experimenteergedrag, tegenslagen, successen, feedback, observaties, gesprekken, gebeurtenissen, … maken typisch deel uit van een zoekproces naar jouw lesgeefstijl en identiteit als leerkracht. De verplichte bijlagen betreffen enkel de stage van het betrokken stage-OPO. Je selecteert bewijsstukken, conform de richtlijnen, die representatief zijn voor ‘waar je staat’ in jouw leerproces tijdens het betreffende stage-OPO. Deze bewijsstukken vormen de basis voor een beoordeling van de uitvoering van de stage en het behaalde competentieniveau.
Per stage-OPO vindt een tussentijds gesprek en een eindgesprek plaats met de stagecoach, die samen met de student zijn/haar ontwikkeling m.b.t. de OLR’s bespreekt. Op die manier identificeren ze hun sterke punten en groeipunten en werken ze doelgericht vooruit naar een volgend stage-OPO.
De student heeft de keuze om ofwel een vlog/ schriftelijke reflectie per stagedag in te dienen ofwel 4 intervisies van 2u bij te wonen ofwel 2 lesopnames met reflectie met a.d.h.v. het lesbeoordelingsformulier. Deze bronnen kunnen ook gebruikt worden om het interactief verslag vorm te geven.
LET OP: DIT GELDT ENKEL VOOR KENNISMAKING MET DE PRAKTIJK - indien de student nieuwe stage-OPO’s wil opnemen in eenzelfde periode, is het belangrijk dat volgtijdelijkheid gerespecteerd wordt en dat de stage-evaluatie positief beoordeeld wordt. Indien er (nog) geen positieve beoordeling gegeven kan worden, wordt de student gevraagd om extra lessen te geven tot het basisniveau voor zelfstandige stage bereikt is. Het is m.a.w. belangrijk om een officiële ‘go’ te krijgen van de stagecoach en het docententeam vooraleer een nieuw stage-OPO aan te vangen.
|
|
|
|
|
|
|
Assisteren ✔
|
|
|
Observeren (min. 4u bij mentor) ✔
|
|
|
Stage (waarvan 4u co-teaching + 4u zelfstandige stage) ✔
|
|
|
|
Periode 1 Studiepunten 6,00
Evaluatievorm | |
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Enkel voor een geslaagd deelcijfer is er behoud in het academiejaar. |
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | 70% lesstage (m.i.v. lesvoorbereidingen, feedback en evaluatie van stagelessen in overleg met de stagementor) en 30% op het interactief groei- en reflectiedocument. Het stagedossier omvat beide delen(=100%). De evaluatie van dit opleidingsonderdeel vindt tijdens de onderwijsperiode plaats. Een team van stagebegeleiders evalueert de student op basis van de gedocumenteerde ervaringen in een stagedossier, een stagebezoek en een gesprek met de betrokken praktijkassistent of stagementor(en) (dat eventueel telefonisch of online kan plaatsvinden). Het stagedossier bevat enerzijds de lesvoorbereidingen (inclusief bijlagen) en lesbeoordelingen, het stagebeoordelingsformulier van de stagementor(en), de evaluatie van het stagebezoek door de stagebegeleider(s) en anderzijds het interactief groei- en reflectiedocument.
De student dient alle onderdelen van het stagedossier in te dienen. Indien een onderdeel ontbreekt, kan de student niet slagen op dit opleidingsonderdeel en krijgt de student als eindresultaat ‘N’ in zijn studentendossier. Een student moet op elk onderdeel een geslaagd examenresultaat (10/20 of meer) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Gevolg | Indien de student niet slaagt op dit opleidingsonderdeel, kan de student herkansen door (een deel van) het stagedossier te herwerken in functie van de feedback en opnieuw in te dienen. Indien de student geen positieve beoordeling heeft op de uitvoering van de lesstage, is er geen herkansing mogelijk voor dit opleidingsonderdeel. De student zal het opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw moeten opnemen. Een student die op een (of meerdere) onderdelen een onvoldoende behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 9/20 of het rekenkundig gewogen gemiddelde indien de score lager is. Dit is niet tolereerbaar. |
|
|
|
|
|
|
|
 | Educatieve master in de economie jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | | | 162 | 6,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de economie verkort traject | Verplicht | 162 | 6,0 | | | 162 | 6,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
|
| Eindcompetenties |
- EC
| De educatieve master gaat op een positieve wijze om met diversiteit en talenten en geeft op een krachtige wijze vorm aan leren op het niveau van de lerenden en de leergroep en mede op het niveau van het (school)team en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master beschikt over pedagogisch-didactische, vakdidactische en domeininhoudelijke expertise in economie en actualiseert, verbreedt en verdiept deze expertises voortdurend op basis van onderzoek en ervaringen in de praktijk. | - EC
| De educatieve master zet de verworven expertises geïntegreerd in om krachtige leeromgevingen te creëren waarvan alle didactische componenten aansluiten bij de beginsituatie en het leerproces van elke lerende. | - EC
| De educatieve master empowert samen met anderen vanuit een ethische houding de leer- en ontwikkelingsprocessen van elke lerende met het oog op het stimuleren van de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing. | - EC
| De educatieve master plant het werk op korte en lange termijn rekening houdend met de lerende, de leergroep, het team op school en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master communiceert op een heldere wijze in diverse talige situaties en werkt op een constructieve wijze samen met lerenden, collega’s, ouders en externen in functie van het leren. | - EC
| De educatieve master raadpleegt op een autonome wijze (inter)nationaal onderwijskundig, vakdidactisch en domeingebonden onderzoek en vertaalt dit op een kritisch-reflectieve wijze naar de dagelijkse steeds evoluerende onderwijspraktijk. | - EC
| De educatieve master engageert zich in een continu professioneel leerproces gericht op krachtig leren, diversiteit en talenten, innovatie en ontwikkeling en samenwerking en co-creatie van onderwijs. |
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
|
In de stage-OPO’s maken studenten kennis met de lespraktijk en de job van leraar in secundaire scholen (SO) en andere contexten (hoger onderwijs, deeltijds en volwassenenonderwijs, VTO in bedrijfscontexten). Samen met studenten bewaken we dat, over alle praktijk opleidingsonderdelen heen, studenten brede werkervaring opdoen in verschillende stage-contexten, in diverse onderwijsvormen (doorstroom/dubbele finaliteit/arbeidsmarkt) en een variatie aan scholen over de onderwijsnetten heen.
De stage-OPO’s bouwen verder op de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ waarin de studenten door middel van ‘micro teaching’-oefensessies het functioneren als leraar binnen een veilige, gesimuleerde context inoefenen en sluit aan bij pedagogisch/didactische-vakken waarin studenten inzichten vanuit de theorie en onderzoek verwerven. Dit stage-OPO bestaat uit de volgende onderdelen: observaties, assisteer lessen, co-teaching, zelfstandige lesstage en reflectie via het interactief groei- en reflectiedocument.
Observaties, assisteer lessen, co-teaching en zelfstandige lesstage
Studenten observeren lessen bij vakmentoren met als focus pijler 1 leren en ontwikkeling. De kaders die worden aangereikt binnen de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ en de pedagogisch/didactische opleidingsonderdelen vormen de basis om gericht te kunnen observeren. Naast observeren assisteren studenten ook bij lessen van vakmentoren zodat ze geleidelijk aan een meer actieve rol bij het lesgebeuren leren opnemen. De co-teaching lessen kunnen gebeuren samen met een vakmentor of met een medestudent. Hierbij vullen alle partijen een evenwaardige rol in tijdens het lesgebeuren.
Tot slot geven studenten in dit stage-OPO ook al een beperkt aantal uren zelfstandig les. Deze zelfstandige lessen bereiden ze voor a.d.h.v. UHasselt-lesvoorbereidingsformulieren (LVB). Deze lesvoorbereidingen worden vooraf doorgestuurd naar de vakmentor.
Er wordt voor de effectief uit te voeren zelfstandige lesstage worden er verschillende oefenmomenten voorzien van de microteachings van de vakdidactiek en via extra sessies, waarbij de student één voorbereide les in een veilige context kan uitvoeren met medestudenten. De student krijgt hierbij feedback, zowel bij de voorbereiding als bij de oefenles. Dit gebeurt in kleine groepen.
Elke student krijgt één stagebezoek van een pedagogisch stagebegeleider of een vakdidactisch stagebegeleider. De stagelessen worden geobserveerd door de stagementor van de stageschool en gevolgd door een nabespreking. De stagementor vult ook een lesbeoordeling in.
De student bewaakt mee dat hij/zij over alle stage-OPO’s heen minstens tien uur onderwijs in de tweede en/of derde graad SO geeft per gevolgde vakdidactiek. Deze uren worden best gespreid over meerdere stage-OPO’s.
Reflectie via het groei- en reflectiedocument
Het UHasselt opleidingsprofiel geeft richting aan je stage. Doorheen elk stage-OPO reflecteer je over hoe je groeit en vaardiger wordt gericht op de pijlers van de opleiding. Je start met de focus op één pijler ‘Leren en Ontwikkeling’ bij de kennismakingsstage en naargelang je meer ervaring opbouwt, verbreedt je focus met de andere pijlers. Dat doe je a.d.h.v. de criteria in het stagebeoordelingsformulier en de feedback van je mentor. Wat je stelt, onderbouw je met argumenten en relateer je aan specifieke stage-ervaringen in de klas of op school, aan theoretische inzichten uit de opleiding en aan concrete bewijsmaterialen. Het eindresultaat is een interactief verslag opgebouwd met actieve doorklik-linken naar illustratieve lessen, feedback, ervaringen en reflectie-oefeningen in jouw stagemap op Google-drive. Het groei- en reflectiedocument blikt terug op de voorbije stage, gaat in op waar je momenteel staat en beschrijft welke doelen en acties je vooropstelt voor de volgende periode. Per stage-OPO laad je de versie van dit document op na afronding van het betrokken stage-OPO. Gezien stage een continu leerproces is, spreekt het voor zich dat je daarin ook ervaringen en inzichten uit vorige periodes kort kan integreren. De eindversie biedt m.a.w. een terugblik op de volledige stage, een grondige beschrijving op basis van de drie pijlers over ‘waar je nu staat’ in het betrokken stage-OPO en jouw plannen en acties voor de toekomst.
Het interactief verslag vormt de basis voor de beoordeling van jouw professionele leerproces in de stage. Actief experimenteergedrag, tegenslagen, successen, feedback, observaties, gesprekken, gebeurtenissen, … maken typisch deel uit van een zoekproces naar jouw lesgeefstijl en identiteit als leerkracht. De verplichte bijlagen betreffen enkel de stage van het betrokken stage-OPO. Je selecteert bewijsstukken, conform de richtlijnen, die representatief zijn voor ‘waar je staat’ in jouw leerproces tijdens het betreffende stage-OPO. Deze bewijsstukken vormen de basis voor een beoordeling van de uitvoering van de stage en het behaalde competentieniveau.
Per stage-OPO vindt een tussentijds gesprek en een eindgesprek plaats met de stagecoach, die samen met de student zijn/haar ontwikkeling m.b.t. de OLR’s bespreekt. Op die manier identificeren ze hun sterke punten en groeipunten en werken ze doelgericht vooruit naar een volgend stage-OPO.
De student heeft de keuze om ofwel een vlog/ schriftelijke reflectie per stagedag in te dienen ofwel 4 intervisies van 2u bij te wonen ofwel 2 lesopnames met reflectie met a.d.h.v. het lesbeoordelingsformulier. Deze bronnen kunnen ook gebruikt worden om het interactief verslag vorm te geven.
LET OP: DIT GELDT ENKEL VOOR KENNISMAKING MET DE PRAKTIJK - indien de student nieuwe stage-OPO’s wil opnemen in eenzelfde periode, is het belangrijk dat volgtijdelijkheid gerespecteerd wordt en dat de stage-evaluatie positief beoordeeld wordt. Indien er (nog) geen positieve beoordeling gegeven kan worden, wordt de student gevraagd om extra lessen te geven tot het basisniveau voor zelfstandige stage bereikt is. Het is m.a.w. belangrijk om een officiële ‘go’ te krijgen van de stagecoach en het docententeam vooraleer een nieuw stage-OPO aan te vangen.
|
|
|
|
|
|
|
Assisteren ✔
|
|
|
Observeren (min. 4u bij mentor) ✔
|
|
|
Stage (waarvan 4u co-teaching + 4u zelfstandige stage) ✔
|
|
|
|
Periode 2 Studiepunten 6,00
Evaluatievorm | |
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Enkel voor een geslaagd deelcijfer is er behoud in het academiejaar. |
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | 70% lesstage (m.i.v. lesvoorbereidingen, feedback en evaluatie van stagelessen in overleg met de stagementor) en 30% op het interactief groei- en reflectiedocument. Het stagedossier omvat beide delen(=100%). De evaluatie van dit opleidingsonderdeel vindt tijdens de onderwijsperiode plaats. Een team van stagebegeleiders evalueert de student op basis van de gedocumenteerde ervaringen in een stagedossier, een stagebezoek en een gesprek met de betrokken praktijkassistent of stagementor(en) (dat eventueel telefonisch of online kan plaatsvinden). Het stagedossier bevat enerzijds de lesvoorbereidingen (inclusief bijlagen) en lesbeoordelingen, het stagebeoordelingsformulier van de stagementor(en), de evaluatie van het stagebezoek door de stagebegeleider(s) en anderzijds het interactief groei- en reflectiedocument.
De student dient alle onderdelen van het stagedossier in te dienen. Indien een onderdeel ontbreekt, kan de student niet slagen op dit opleidingsonderdeel en krijgt de student als eindresultaat ‘N’ in zijn studentendossier. Een student moet op elk onderdeel een geslaagd examenresultaat (10/20 of meer) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Gevolg | Indien de student niet slaagt op dit opleidingsonderdeel, kan de student herkansen door (een deel van) het stagedossier te herwerken in functie van de feedback en opnieuw in te dienen. Indien de student geen positieve beoordeling heeft op de uitvoering van de lesstage, is er geen herkansing mogelijk voor dit opleidingsonderdeel. De student zal het opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw moeten opnemen. Een student die op een (of meerdere) onderdelen een onvoldoende behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 9/20 of het rekenkundig gewogen gemiddelde indien de score lager is. Dit is niet tolereerbaar. |
|
|
|
|
|
|
|
 | Educatieve master in de gezondheidswetenschappen jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | 162 | 6,0 | | | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de gezondheidswetenschappen verkort traject | Verplicht | 162 | 6,0 | 162 | 6,0 | | | Ja | Nee | Numeriek |  |
|
| Eindcompetenties |
- EC
| De educatieve master gaat op een positieve wijze om met diversiteit en talenten en geeft op een krachtige wijze vorm aan leren op het niveau van de lerenden en de leergroep en mede op het niveau van het (school)team en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master beschikt over pedagogisch-didactische, vakdidactische en domeininhoudelijke expertise in gezondheidswetenschappen en actualiseert, verbreedt en verdiept deze expertises voortdurend op basis van onderzoek en ervaringen in de praktijk. | - EC
| De educatieve master zet de verworven expertises geïntegreerd in om krachtige leeromgevingen te creëren waarvan alle didactische componenten aansluiten bij de beginsituatie en het leerproces van elke lerende. | - EC
| De educatieve master empowert samen met anderen vanuit een ethische houding de leer- en ontwikkelingsprocessen van elke lerende met het oog op het stimuleren van de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing. | - EC
| De educatieve master plant het werk op korte en lange termijn rekening houdend met de lerende, de leergroep, het team op school en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master communiceert op een heldere wijze in diverse talige situaties en werkt op een constructieve wijze samen met lerenden, collega’s, ouders en externen in functie van het leren. | - EC
| De educatieve master raadpleegt op een autonome wijze (inter)nationaal onderwijskundig, vakdidactisch en domeingebonden onderzoek en vertaalt dit op een kritisch-reflectieve wijze naar de dagelijkse steeds evoluerende onderwijspraktijk. | - EC
| De educatieve master engageert zich in een continu professioneel leerproces gericht op krachtig leren, diversiteit en talenten, innovatie en ontwikkeling en samenwerking en co-creatie van onderwijs. |
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
|
In de stage-OPO’s maken studenten kennis met de lespraktijk en de job van leraar in secundaire scholen (SO) en andere contexten (hoger onderwijs, deeltijds en volwassenenonderwijs, VTO in bedrijfscontexten). Samen met studenten bewaken we dat, over alle praktijk opleidingsonderdelen heen, studenten brede werkervaring opdoen in verschillende stage-contexten, in diverse onderwijsvormen (doorstroom/dubbele finaliteit/arbeidsmarkt) en een variatie aan scholen over de onderwijsnetten heen.
De stage-OPO’s bouwen verder op de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ waarin de studenten door middel van ‘micro teaching’-oefensessies het functioneren als leraar binnen een veilige, gesimuleerde context inoefenen en sluit aan bij pedagogisch/didactische-vakken waarin studenten inzichten vanuit de theorie en onderzoek verwerven. Dit stage-OPO bestaat uit de volgende onderdelen: observaties, assisteer lessen, co-teaching, zelfstandige lesstage en reflectie via het interactief groei- en reflectiedocument.
Observaties, assisteer lessen, co-teaching en zelfstandige lesstage
Studenten observeren lessen bij vakmentoren met als focus pijler 1 leren en ontwikkeling. De kaders die worden aangereikt binnen de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ en de pedagogisch/didactische opleidingsonderdelen vormen de basis om gericht te kunnen observeren. Naast observeren assisteren studenten ook bij lessen van vakmentoren zodat ze geleidelijk aan een meer actieve rol bij het lesgebeuren leren opnemen. De co-teaching lessen kunnen gebeuren samen met een vakmentor of met een medestudent. Hierbij vullen alle partijen een evenwaardige rol in tijdens het lesgebeuren.
Tot slot geven studenten in dit stage-OPO ook al een beperkt aantal uren zelfstandig les. Deze zelfstandige lessen bereiden ze voor a.d.h.v. UHasselt-lesvoorbereidingsformulieren (LVB). Deze lesvoorbereidingen worden vooraf doorgestuurd naar de vakmentor.
Er wordt voor de effectief uit te voeren zelfstandige lesstage worden er verschillende oefenmomenten voorzien van de microteachings van de vakdidactiek en via extra sessies, waarbij de student één voorbereide les in een veilige context kan uitvoeren met medestudenten. De student krijgt hierbij feedback, zowel bij de voorbereiding als bij de oefenles. Dit gebeurt in kleine groepen.
Elke student krijgt één stagebezoek van een pedagogisch stagebegeleider of een vakdidactisch stagebegeleider. De stagelessen worden geobserveerd door de stagementor van de stageschool en gevolgd door een nabespreking. De stagementor vult ook een lesbeoordeling in.
De student bewaakt mee dat hij/zij over alle stage-OPO’s heen minstens tien uur onderwijs in de tweede en/of derde graad SO geeft per gevolgde vakdidactiek. Deze uren worden best gespreid over meerdere stage-OPO’s.
Reflectie via het groei- en reflectiedocument
Het UHasselt opleidingsprofiel geeft richting aan je stage. Doorheen elk stage-OPO reflecteer je over hoe je groeit en vaardiger wordt gericht op de pijlers van de opleiding. Je start met de focus op één pijler ‘Leren en Ontwikkeling’ bij de kennismakingsstage en naargelang je meer ervaring opbouwt, verbreedt je focus met de andere pijlers. Dat doe je a.d.h.v. de criteria in het stagebeoordelingsformulier en de feedback van je mentor. Wat je stelt, onderbouw je met argumenten en relateer je aan specifieke stage-ervaringen in de klas of op school, aan theoretische inzichten uit de opleiding en aan concrete bewijsmaterialen. Het eindresultaat is een interactief verslag opgebouwd met actieve doorklik-linken naar illustratieve lessen, feedback, ervaringen en reflectie-oefeningen in jouw stagemap op Google-drive. Het groei- en reflectiedocument blikt terug op de voorbije stage, gaat in op waar je momenteel staat en beschrijft welke doelen en acties je vooropstelt voor de volgende periode. Per stage-OPO laad je de versie van dit document op na afronding van het betrokken stage-OPO. Gezien stage een continu leerproces is, spreekt het voor zich dat je daarin ook ervaringen en inzichten uit vorige periodes kort kan integreren. De eindversie biedt m.a.w. een terugblik op de volledige stage, een grondige beschrijving op basis van de drie pijlers over ‘waar je nu staat’ in het betrokken stage-OPO en jouw plannen en acties voor de toekomst.
Het interactief verslag vormt de basis voor de beoordeling van jouw professionele leerproces in de stage. Actief experimenteergedrag, tegenslagen, successen, feedback, observaties, gesprekken, gebeurtenissen, … maken typisch deel uit van een zoekproces naar jouw lesgeefstijl en identiteit als leerkracht. De verplichte bijlagen betreffen enkel de stage van het betrokken stage-OPO. Je selecteert bewijsstukken, conform de richtlijnen, die representatief zijn voor ‘waar je staat’ in jouw leerproces tijdens het betreffende stage-OPO. Deze bewijsstukken vormen de basis voor een beoordeling van de uitvoering van de stage en het behaalde competentieniveau.
Per stage-OPO vindt een tussentijds gesprek en een eindgesprek plaats met de stagecoach, die samen met de student zijn/haar ontwikkeling m.b.t. de OLR’s bespreekt. Op die manier identificeren ze hun sterke punten en groeipunten en werken ze doelgericht vooruit naar een volgend stage-OPO.
De student heeft de keuze om ofwel een vlog/ schriftelijke reflectie per stagedag in te dienen ofwel 4 intervisies van 2u bij te wonen ofwel 2 lesopnames met reflectie met a.d.h.v. het lesbeoordelingsformulier. Deze bronnen kunnen ook gebruikt worden om het interactief verslag vorm te geven.
LET OP: DIT GELDT ENKEL VOOR KENNISMAKING MET DE PRAKTIJK - indien de student nieuwe stage-OPO’s wil opnemen in eenzelfde periode, is het belangrijk dat volgtijdelijkheid gerespecteerd wordt en dat de stage-evaluatie positief beoordeeld wordt. Indien er (nog) geen positieve beoordeling gegeven kan worden, wordt de student gevraagd om extra lessen te geven tot het basisniveau voor zelfstandige stage bereikt is. Het is m.a.w. belangrijk om een officiële ‘go’ te krijgen van de stagecoach en het docententeam vooraleer een nieuw stage-OPO aan te vangen.
|
|
|
|
|
|
|
Assisteren ✔
|
|
|
Observeren (min. 4u bij mentor) ✔
|
|
|
Stage (waarvan 4u co-teaching + 4u zelfstandige stage) ✔
|
|
|
|
Periode 1 Studiepunten 6,00
Evaluatievorm | |
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Enkel voor een geslaagd deelcijfer is er behoud in het academiejaar. |
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | 70% lesstage (m.i.v. lesvoorbereidingen, feedback en evaluatie van stagelessen in overleg met de stagementor) en 30% op het interactief groei- en reflectiedocument. Het stagedossier omvat beide delen(=100%). De evaluatie van dit opleidingsonderdeel vindt tijdens de onderwijsperiode plaats. Een team van stagebegeleiders evalueert de student op basis van de gedocumenteerde ervaringen in een stagedossier, een stagebezoek en een gesprek met de betrokken praktijkassistent of stagementor(en) (dat eventueel telefonisch of online kan plaatsvinden). Het stagedossier bevat enerzijds de lesvoorbereidingen (inclusief bijlagen) en lesbeoordelingen, het stagebeoordelingsformulier van de stagementor(en), de evaluatie van het stagebezoek door de stagebegeleider(s) en anderzijds het interactief groei- en reflectiedocument.
De student dient alle onderdelen van het stagedossier in te dienen. Indien een onderdeel ontbreekt, kan de student niet slagen op dit opleidingsonderdeel en krijgt de student als eindresultaat ‘N’ in zijn studentendossier. Een student moet op elk onderdeel een geslaagd examenresultaat (10/20 of meer) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Gevolg | Indien de student niet slaagt op dit opleidingsonderdeel, kan de student herkansen door (een deel van) het stagedossier te herwerken in functie van de feedback en opnieuw in te dienen. Indien de student geen positieve beoordeling heeft op de uitvoering van de lesstage, is er geen herkansing mogelijk voor dit opleidingsonderdeel. De student zal het opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw moeten opnemen. Een student die op een (of meerdere) onderdelen een onvoldoende behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 9/20 of het rekenkundig gewogen gemiddelde indien de score lager is. Dit is niet tolereerbaar. |
|
|
|
|
|
|
|
 | Educatieve master in de gezondheidswetenschappen jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | | | 162 | 6,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de gezondheidswetenschappen verkort traject | Verplicht | 162 | 6,0 | | | 162 | 6,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
|
| Eindcompetenties |
- EC
| De educatieve master gaat op een positieve wijze om met diversiteit en talenten en geeft op een krachtige wijze vorm aan leren op het niveau van de lerenden en de leergroep en mede op het niveau van het (school)team en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master beschikt over pedagogisch-didactische, vakdidactische en domeininhoudelijke expertise in gezondheidswetenschappen en actualiseert, verbreedt en verdiept deze expertises voortdurend op basis van onderzoek en ervaringen in de praktijk. | - EC
| De educatieve master zet de verworven expertises geïntegreerd in om krachtige leeromgevingen te creëren waarvan alle didactische componenten aansluiten bij de beginsituatie en het leerproces van elke lerende. | - EC
| De educatieve master empowert samen met anderen vanuit een ethische houding de leer- en ontwikkelingsprocessen van elke lerende met het oog op het stimuleren van de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing. | - EC
| De educatieve master plant het werk op korte en lange termijn rekening houdend met de lerende, de leergroep, het team op school en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master communiceert op een heldere wijze in diverse talige situaties en werkt op een constructieve wijze samen met lerenden, collega’s, ouders en externen in functie van het leren. | - EC
| De educatieve master raadpleegt op een autonome wijze (inter)nationaal onderwijskundig, vakdidactisch en domeingebonden onderzoek en vertaalt dit op een kritisch-reflectieve wijze naar de dagelijkse steeds evoluerende onderwijspraktijk. | - EC
| De educatieve master engageert zich in een continu professioneel leerproces gericht op krachtig leren, diversiteit en talenten, innovatie en ontwikkeling en samenwerking en co-creatie van onderwijs. |
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
|
In de stage-OPO’s maken studenten kennis met de lespraktijk en de job van leraar in secundaire scholen (SO) en andere contexten (hoger onderwijs, deeltijds en volwassenenonderwijs, VTO in bedrijfscontexten). Samen met studenten bewaken we dat, over alle praktijk opleidingsonderdelen heen, studenten brede werkervaring opdoen in verschillende stage-contexten, in diverse onderwijsvormen (doorstroom/dubbele finaliteit/arbeidsmarkt) en een variatie aan scholen over de onderwijsnetten heen.
De stage-OPO’s bouwen verder op de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ waarin de studenten door middel van ‘micro teaching’-oefensessies het functioneren als leraar binnen een veilige, gesimuleerde context inoefenen en sluit aan bij pedagogisch/didactische-vakken waarin studenten inzichten vanuit de theorie en onderzoek verwerven. Dit stage-OPO bestaat uit de volgende onderdelen: observaties, assisteer lessen, co-teaching, zelfstandige lesstage en reflectie via het interactief groei- en reflectiedocument.
Observaties, assisteer lessen, co-teaching en zelfstandige lesstage
Studenten observeren lessen bij vakmentoren met als focus pijler 1 leren en ontwikkeling. De kaders die worden aangereikt binnen de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ en de pedagogisch/didactische opleidingsonderdelen vormen de basis om gericht te kunnen observeren. Naast observeren assisteren studenten ook bij lessen van vakmentoren zodat ze geleidelijk aan een meer actieve rol bij het lesgebeuren leren opnemen. De co-teaching lessen kunnen gebeuren samen met een vakmentor of met een medestudent. Hierbij vullen alle partijen een evenwaardige rol in tijdens het lesgebeuren.
Tot slot geven studenten in dit stage-OPO ook al een beperkt aantal uren zelfstandig les. Deze zelfstandige lessen bereiden ze voor a.d.h.v. UHasselt-lesvoorbereidingsformulieren (LVB). Deze lesvoorbereidingen worden vooraf doorgestuurd naar de vakmentor.
Er wordt voor de effectief uit te voeren zelfstandige lesstage worden er verschillende oefenmomenten voorzien van de microteachings van de vakdidactiek en via extra sessies, waarbij de student één voorbereide les in een veilige context kan uitvoeren met medestudenten. De student krijgt hierbij feedback, zowel bij de voorbereiding als bij de oefenles. Dit gebeurt in kleine groepen.
Elke student krijgt één stagebezoek van een pedagogisch stagebegeleider of een vakdidactisch stagebegeleider. De stagelessen worden geobserveerd door de stagementor van de stageschool en gevolgd door een nabespreking. De stagementor vult ook een lesbeoordeling in.
De student bewaakt mee dat hij/zij over alle stage-OPO’s heen minstens tien uur onderwijs in de tweede en/of derde graad SO geeft per gevolgde vakdidactiek. Deze uren worden best gespreid over meerdere stage-OPO’s.
Reflectie via het groei- en reflectiedocument
Het UHasselt opleidingsprofiel geeft richting aan je stage. Doorheen elk stage-OPO reflecteer je over hoe je groeit en vaardiger wordt gericht op de pijlers van de opleiding. Je start met de focus op één pijler ‘Leren en Ontwikkeling’ bij de kennismakingsstage en naargelang je meer ervaring opbouwt, verbreedt je focus met de andere pijlers. Dat doe je a.d.h.v. de criteria in het stagebeoordelingsformulier en de feedback van je mentor. Wat je stelt, onderbouw je met argumenten en relateer je aan specifieke stage-ervaringen in de klas of op school, aan theoretische inzichten uit de opleiding en aan concrete bewijsmaterialen. Het eindresultaat is een interactief verslag opgebouwd met actieve doorklik-linken naar illustratieve lessen, feedback, ervaringen en reflectie-oefeningen in jouw stagemap op Google-drive. Het groei- en reflectiedocument blikt terug op de voorbije stage, gaat in op waar je momenteel staat en beschrijft welke doelen en acties je vooropstelt voor de volgende periode. Per stage-OPO laad je de versie van dit document op na afronding van het betrokken stage-OPO. Gezien stage een continu leerproces is, spreekt het voor zich dat je daarin ook ervaringen en inzichten uit vorige periodes kort kan integreren. De eindversie biedt m.a.w. een terugblik op de volledige stage, een grondige beschrijving op basis van de drie pijlers over ‘waar je nu staat’ in het betrokken stage-OPO en jouw plannen en acties voor de toekomst.
Het interactief verslag vormt de basis voor de beoordeling van jouw professionele leerproces in de stage. Actief experimenteergedrag, tegenslagen, successen, feedback, observaties, gesprekken, gebeurtenissen, … maken typisch deel uit van een zoekproces naar jouw lesgeefstijl en identiteit als leerkracht. De verplichte bijlagen betreffen enkel de stage van het betrokken stage-OPO. Je selecteert bewijsstukken, conform de richtlijnen, die representatief zijn voor ‘waar je staat’ in jouw leerproces tijdens het betreffende stage-OPO. Deze bewijsstukken vormen de basis voor een beoordeling van de uitvoering van de stage en het behaalde competentieniveau.
Per stage-OPO vindt een tussentijds gesprek en een eindgesprek plaats met de stagecoach, die samen met de student zijn/haar ontwikkeling m.b.t. de OLR’s bespreekt. Op die manier identificeren ze hun sterke punten en groeipunten en werken ze doelgericht vooruit naar een volgend stage-OPO.
De student heeft de keuze om ofwel een vlog/ schriftelijke reflectie per stagedag in te dienen ofwel 4 intervisies van 2u bij te wonen ofwel 2 lesopnames met reflectie met a.d.h.v. het lesbeoordelingsformulier. Deze bronnen kunnen ook gebruikt worden om het interactief verslag vorm te geven.
LET OP: DIT GELDT ENKEL VOOR KENNISMAKING MET DE PRAKTIJK - indien de student nieuwe stage-OPO’s wil opnemen in eenzelfde periode, is het belangrijk dat volgtijdelijkheid gerespecteerd wordt en dat de stage-evaluatie positief beoordeeld wordt. Indien er (nog) geen positieve beoordeling gegeven kan worden, wordt de student gevraagd om extra lessen te geven tot het basisniveau voor zelfstandige stage bereikt is. Het is m.a.w. belangrijk om een officiële ‘go’ te krijgen van de stagecoach en het docententeam vooraleer een nieuw stage-OPO aan te vangen.
|
|
|
|
|
|
|
Assisteren ✔
|
|
|
Observeren (min. 4u bij mentor) ✔
|
|
|
Stage (waarvan 4u co-teaching + 4u zelfstandige stage) ✔
|
|
|
|
Periode 2 Studiepunten 6,00
Evaluatievorm | |
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Enkel voor een geslaagd deelcijfer is er behoud in het academiejaar. |
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | 70% lesstage (m.i.v. lesvoorbereidingen, feedback en evaluatie van stagelessen in overleg met de stagementor) en 30% op het interactief groei- en reflectiedocument. Het stagedossier omvat beide delen(=100%). De evaluatie van dit opleidingsonderdeel vindt tijdens de onderwijsperiode plaats. Een team van stagebegeleiders evalueert de student op basis van de gedocumenteerde ervaringen in een stagedossier, een stagebezoek en een gesprek met de betrokken praktijkassistent of stagementor(en) (dat eventueel telefonisch of online kan plaatsvinden). Het stagedossier bevat enerzijds de lesvoorbereidingen (inclusief bijlagen) en lesbeoordelingen, het stagebeoordelingsformulier van de stagementor(en), de evaluatie van het stagebezoek door de stagebegeleider(s) en anderzijds het interactief groei- en reflectiedocument.
De student dient alle onderdelen van het stagedossier in te dienen. Indien een onderdeel ontbreekt, kan de student niet slagen op dit opleidingsonderdeel en krijgt de student als eindresultaat ‘N’ in zijn studentendossier. Een student moet op elk onderdeel een geslaagd examenresultaat (10/20 of meer) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Gevolg | Indien de student niet slaagt op dit opleidingsonderdeel, kan de student herkansen door (een deel van) het stagedossier te herwerken in functie van de feedback en opnieuw in te dienen. Indien de student geen positieve beoordeling heeft op de uitvoering van de lesstage, is er geen herkansing mogelijk voor dit opleidingsonderdeel. De student zal het opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw moeten opnemen. Een student die op een (of meerdere) onderdelen een onvoldoende behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 9/20 of het rekenkundig gewogen gemiddelde indien de score lager is. Dit is niet tolereerbaar. |
|
|
|
|
|
|
|
 | Educatieve master in de ontwerpwetenschappen jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | 162 | 6,0 | | | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de ontwerpwetenschappen verkort traject | Verplicht | 162 | 6,0 | 162 | 6,0 | | | Ja | Nee | Numeriek |  |
|
| Eindcompetenties |
- EC
| De educatieve master gaat op een positieve wijze om met diversiteit en talenten en geeft op een krachtige wijze vorm aan leren op het niveau van de lerenden en de leergroep en mede op het niveau van het (school)team en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master beschikt over pedagogisch-didactische, vakdidactische en domeininhoudelijke expertise in ontwerpwetenschappen en actualiseert, verbreedt en verdiept deze expertises voortdurend op basis van onderzoek en ervaringen in de praktijk. | - EC
| De educatieve master zet de verworven expertises geïntegreerd in om krachtige leeromgevingen te creëren waarvan alle didactische componenten aansluiten bij de beginsituatie en het leerproces van elke lerende. | - EC
| De educatieve master empowert samen met anderen vanuit een ethische houding de leer- en ontwikkelingsprocessen van elke lerende met het oog op het stimuleren van de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing. | - EC
| De educatieve master plant het werk op korte en lange termijn rekening houdend met de lerende, de leergroep, het team op school en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master communiceert op een heldere wijze in diverse talige situaties en werkt op een constructieve wijze samen met lerenden, collega’s, ouders en externen in functie van het leren. | - EC
| De educatieve master raadpleegt op een autonome wijze (inter)nationaal onderwijskundig, vakdidactisch en domeingebonden onderzoek en vertaalt dit op een kritisch-reflectieve wijze naar de dagelijkse steeds evoluerende onderwijspraktijk. | - EC
| De educatieve master engageert zich in een continu professioneel leerproces gericht op krachtig leren, diversiteit en talenten, innovatie en ontwikkeling en samenwerking en co-creatie van onderwijs. |
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
|
In de stage-OPO’s maken studenten kennis met de lespraktijk en de job van leraar in secundaire scholen (SO) en andere contexten (hoger onderwijs, deeltijds en volwassenenonderwijs, VTO in bedrijfscontexten). Samen met studenten bewaken we dat, over alle praktijk opleidingsonderdelen heen, studenten brede werkervaring opdoen in verschillende stage-contexten, in diverse onderwijsvormen (doorstroom/dubbele finaliteit/arbeidsmarkt) en een variatie aan scholen over de onderwijsnetten heen.
De stage-OPO’s bouwen verder op de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ waarin de studenten door middel van ‘micro teaching’-oefensessies het functioneren als leraar binnen een veilige, gesimuleerde context inoefenen en sluit aan bij pedagogisch/didactische-vakken waarin studenten inzichten vanuit de theorie en onderzoek verwerven. Dit stage-OPO bestaat uit de volgende onderdelen: observaties, assisteer lessen, co-teaching, zelfstandige lesstage en reflectie via het interactief groei- en reflectiedocument.
Observaties, assisteer lessen, co-teaching en zelfstandige lesstage
Studenten observeren lessen bij vakmentoren met als focus pijler 1 leren en ontwikkeling. De kaders die worden aangereikt binnen de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ en de pedagogisch/didactische opleidingsonderdelen vormen de basis om gericht te kunnen observeren. Naast observeren assisteren studenten ook bij lessen van vakmentoren zodat ze geleidelijk aan een meer actieve rol bij het lesgebeuren leren opnemen. De co-teaching lessen kunnen gebeuren samen met een vakmentor of met een medestudent. Hierbij vullen alle partijen een evenwaardige rol in tijdens het lesgebeuren.
Tot slot geven studenten in dit stage-OPO ook al een beperkt aantal uren zelfstandig les. Deze zelfstandige lessen bereiden ze voor a.d.h.v. UHasselt-lesvoorbereidingsformulieren (LVB). Deze lesvoorbereidingen worden vooraf doorgestuurd naar de vakmentor.
Er wordt voor de effectief uit te voeren zelfstandige lesstage worden er verschillende oefenmomenten voorzien van de microteachings van de vakdidactiek en via extra sessies, waarbij de student één voorbereide les in een veilige context kan uitvoeren met medestudenten. De student krijgt hierbij feedback, zowel bij de voorbereiding als bij de oefenles. Dit gebeurt in kleine groepen.
Elke student krijgt één stagebezoek van een pedagogisch stagebegeleider of een vakdidactisch stagebegeleider. De stagelessen worden geobserveerd door de stagementor van de stageschool en gevolgd door een nabespreking. De stagementor vult ook een lesbeoordeling in.
De student bewaakt mee dat hij/zij over alle stage-OPO’s heen minstens tien uur onderwijs in de tweede en/of derde graad SO geeft per gevolgde vakdidactiek. Deze uren worden best gespreid over meerdere stage-OPO’s.
Reflectie via het groei- en reflectiedocument
Het UHasselt opleidingsprofiel geeft richting aan je stage. Doorheen elk stage-OPO reflecteer je over hoe je groeit en vaardiger wordt gericht op de pijlers van de opleiding. Je start met de focus op één pijler ‘Leren en Ontwikkeling’ bij de kennismakingsstage en naargelang je meer ervaring opbouwt, verbreedt je focus met de andere pijlers. Dat doe je a.d.h.v. de criteria in het stagebeoordelingsformulier en de feedback van je mentor. Wat je stelt, onderbouw je met argumenten en relateer je aan specifieke stage-ervaringen in de klas of op school, aan theoretische inzichten uit de opleiding en aan concrete bewijsmaterialen. Het eindresultaat is een interactief verslag opgebouwd met actieve doorklik-linken naar illustratieve lessen, feedback, ervaringen en reflectie-oefeningen in jouw stagemap op Google-drive. Het groei- en reflectiedocument blikt terug op de voorbije stage, gaat in op waar je momenteel staat en beschrijft welke doelen en acties je vooropstelt voor de volgende periode. Per stage-OPO laad je de versie van dit document op na afronding van het betrokken stage-OPO. Gezien stage een continu leerproces is, spreekt het voor zich dat je daarin ook ervaringen en inzichten uit vorige periodes kort kan integreren. De eindversie biedt m.a.w. een terugblik op de volledige stage, een grondige beschrijving op basis van de drie pijlers over ‘waar je nu staat’ in het betrokken stage-OPO en jouw plannen en acties voor de toekomst.
Het interactief verslag vormt de basis voor de beoordeling van jouw professionele leerproces in de stage. Actief experimenteergedrag, tegenslagen, successen, feedback, observaties, gesprekken, gebeurtenissen, … maken typisch deel uit van een zoekproces naar jouw lesgeefstijl en identiteit als leerkracht. De verplichte bijlagen betreffen enkel de stage van het betrokken stage-OPO. Je selecteert bewijsstukken, conform de richtlijnen, die representatief zijn voor ‘waar je staat’ in jouw leerproces tijdens het betreffende stage-OPO. Deze bewijsstukken vormen de basis voor een beoordeling van de uitvoering van de stage en het behaalde competentieniveau.
Per stage-OPO vindt een tussentijds gesprek en een eindgesprek plaats met de stagecoach, die samen met de student zijn/haar ontwikkeling m.b.t. de OLR’s bespreekt. Op die manier identificeren ze hun sterke punten en groeipunten en werken ze doelgericht vooruit naar een volgend stage-OPO.
De student heeft de keuze om ofwel een vlog/ schriftelijke reflectie per stagedag in te dienen ofwel 4 intervisies van 2u bij te wonen ofwel 2 lesopnames met reflectie met a.d.h.v. het lesbeoordelingsformulier. Deze bronnen kunnen ook gebruikt worden om het interactief verslag vorm te geven.
LET OP: DIT GELDT ENKEL VOOR KENNISMAKING MET DE PRAKTIJK - indien de student nieuwe stage-OPO’s wil opnemen in eenzelfde periode, is het belangrijk dat volgtijdelijkheid gerespecteerd wordt en dat de stage-evaluatie positief beoordeeld wordt. Indien er (nog) geen positieve beoordeling gegeven kan worden, wordt de student gevraagd om extra lessen te geven tot het basisniveau voor zelfstandige stage bereikt is. Het is m.a.w. belangrijk om een officiële ‘go’ te krijgen van de stagecoach en het docententeam vooraleer een nieuw stage-OPO aan te vangen.
|
|
|
|
|
|
|
Assisteren ✔
|
|
|
Observeren (min. 4u bij mentor) ✔
|
|
|
Stage (waarvan 4u co-teaching + 4u zelfstandige stage) ✔
|
|
|
|
Periode 1 Studiepunten 6,00
Evaluatievorm | |
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Enkel voor een geslaagd deelcijfer is er behoud in het academiejaar. |
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | 70% lesstage (m.i.v. lesvoorbereidingen, feedback en evaluatie van stagelessen in overleg met de stagementor) en 30% op het interactief groei- en reflectiedocument. Het stagedossier omvat beide delen(=100%). De evaluatie van dit opleidingsonderdeel vindt tijdens de onderwijsperiode plaats. Een team van stagebegeleiders evalueert de student op basis van de gedocumenteerde ervaringen in een stagedossier, een stagebezoek en een gesprek met de betrokken praktijkassistent of stagementor(en) (dat eventueel telefonisch of online kan plaatsvinden). Het stagedossier bevat enerzijds de lesvoorbereidingen (inclusief bijlagen) en lesbeoordelingen, het stagebeoordelingsformulier van de stagementor(en), de evaluatie van het stagebezoek door de stagebegeleider(s) en anderzijds het interactief groei- en reflectiedocument.
De student dient alle onderdelen van het stagedossier in te dienen. Indien een onderdeel ontbreekt, kan de student niet slagen op dit opleidingsonderdeel en krijgt de student als eindresultaat ‘N’ in zijn studentendossier. Een student moet op elk onderdeel een geslaagd examenresultaat (10/20 of meer) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Gevolg | Indien de student niet slaagt op dit opleidingsonderdeel, kan de student herkansen door (een deel van) het stagedossier te herwerken in functie van de feedback en opnieuw in te dienen. Indien de student geen positieve beoordeling heeft op de uitvoering van de lesstage, is er geen herkansing mogelijk voor dit opleidingsonderdeel. De student zal het opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw moeten opnemen. Een student die op een (of meerdere) onderdelen een onvoldoende behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 9/20 of het rekenkundig gewogen gemiddelde indien de score lager is. Dit is niet tolereerbaar. |
|
|
|
|
|
|
|
 | Educatieve master in de ontwerpwetenschappen jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | | | 162 | 6,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de ontwerpwetenschappen verkort traject | Verplicht | 162 | 6,0 | | | 162 | 6,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
|
| Eindcompetenties |
- EC
| De educatieve master gaat op een positieve wijze om met diversiteit en talenten en geeft op een krachtige wijze vorm aan leren op het niveau van de lerenden en de leergroep en mede op het niveau van het (school)team en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master beschikt over pedagogisch-didactische, vakdidactische en domeininhoudelijke expertise in ontwerpwetenschappen en actualiseert, verbreedt en verdiept deze expertises voortdurend op basis van onderzoek en ervaringen in de praktijk. | - EC
| De educatieve master zet de verworven expertises geïntegreerd in om krachtige leeromgevingen te creëren waarvan alle didactische componenten aansluiten bij de beginsituatie en het leerproces van elke lerende. | - EC
| De educatieve master empowert samen met anderen vanuit een ethische houding de leer- en ontwikkelingsprocessen van elke lerende met het oog op het stimuleren van de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing. | - EC
| De educatieve master plant het werk op korte en lange termijn rekening houdend met de lerende, de leergroep, het team op school en de partners en externen. | - EC
| De educatieve master communiceert op een heldere wijze in diverse talige situaties en werkt op een constructieve wijze samen met lerenden, collega’s, ouders en externen in functie van het leren. | - EC
| De educatieve master raadpleegt op een autonome wijze (inter)nationaal onderwijskundig, vakdidactisch en domeingebonden onderzoek en vertaalt dit op een kritisch-reflectieve wijze naar de dagelijkse steeds evoluerende onderwijspraktijk. | - EC
| De educatieve master engageert zich in een continu professioneel leerproces gericht op krachtig leren, diversiteit en talenten, innovatie en ontwikkeling en samenwerking en co-creatie van onderwijs. |
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
|
In de stage-OPO’s maken studenten kennis met de lespraktijk en de job van leraar in secundaire scholen (SO) en andere contexten (hoger onderwijs, deeltijds en volwassenenonderwijs, VTO in bedrijfscontexten). Samen met studenten bewaken we dat, over alle praktijk opleidingsonderdelen heen, studenten brede werkervaring opdoen in verschillende stage-contexten, in diverse onderwijsvormen (doorstroom/dubbele finaliteit/arbeidsmarkt) en een variatie aan scholen over de onderwijsnetten heen.
De stage-OPO’s bouwen verder op de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ waarin de studenten door middel van ‘micro teaching’-oefensessies het functioneren als leraar binnen een veilige, gesimuleerde context inoefenen en sluit aan bij pedagogisch/didactische-vakken waarin studenten inzichten vanuit de theorie en onderzoek verwerven. Dit stage-OPO bestaat uit de volgende onderdelen: observaties, assisteer lessen, co-teaching, zelfstandige lesstage en reflectie via het interactief groei- en reflectiedocument.
Observaties, assisteer lessen, co-teaching en zelfstandige lesstage
Studenten observeren lessen bij vakmentoren met als focus pijler 1 leren en ontwikkeling. De kaders die worden aangereikt binnen de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ en de pedagogisch/didactische opleidingsonderdelen vormen de basis om gericht te kunnen observeren. Naast observeren assisteren studenten ook bij lessen van vakmentoren zodat ze geleidelijk aan een meer actieve rol bij het lesgebeuren leren opnemen. De co-teaching lessen kunnen gebeuren samen met een vakmentor of met een medestudent. Hierbij vullen alle partijen een evenwaardige rol in tijdens het lesgebeuren.
Tot slot geven studenten in dit stage-OPO ook al een beperkt aantal uren zelfstandig les. Deze zelfstandige lessen bereiden ze voor a.d.h.v. UHasselt-lesvoorbereidingsformulieren (LVB). Deze lesvoorbereidingen worden vooraf doorgestuurd naar de vakmentor.
Er wordt voor de effectief uit te voeren zelfstandige lesstage worden er verschillende oefenmomenten voorzien van de microteachings van de vakdidactiek en via extra sessies, waarbij de student één voorbereide les in een veilige context kan uitvoeren met medestudenten. De student krijgt hierbij feedback, zowel bij de voorbereiding als bij de oefenles. Dit gebeurt in kleine groepen.
Elke student krijgt één stagebezoek van een pedagogisch stagebegeleider of een vakdidactisch stagebegeleider. De stagelessen worden geobserveerd door de stagementor van de stageschool en gevolgd door een nabespreking. De stagementor vult ook een lesbeoordeling in.
De student bewaakt mee dat hij/zij over alle stage-OPO’s heen minstens tien uur onderwijs in de tweede en/of derde graad SO geeft per gevolgde vakdidactiek. Deze uren worden best gespreid over meerdere stage-OPO’s.
Reflectie via het groei- en reflectiedocument
Het UHasselt opleidingsprofiel geeft richting aan je stage. Doorheen elk stage-OPO reflecteer je over hoe je groeit en vaardiger wordt gericht op de pijlers van de opleiding. Je start met de focus op één pijler ‘Leren en Ontwikkeling’ bij de kennismakingsstage en naargelang je meer ervaring opbouwt, verbreedt je focus met de andere pijlers. Dat doe je a.d.h.v. de criteria in het stagebeoordelingsformulier en de feedback van je mentor. Wat je stelt, onderbouw je met argumenten en relateer je aan specifieke stage-ervaringen in de klas of op school, aan theoretische inzichten uit de opleiding en aan concrete bewijsmaterialen. Het eindresultaat is een interactief verslag opgebouwd met actieve doorklik-linken naar illustratieve lessen, feedback, ervaringen en reflectie-oefeningen in jouw stagemap op Google-drive. Het groei- en reflectiedocument blikt terug op de voorbije stage, gaat in op waar je momenteel staat en beschrijft welke doelen en acties je vooropstelt voor de volgende periode. Per stage-OPO laad je de versie van dit document op na afronding van het betrokken stage-OPO. Gezien stage een continu leerproces is, spreekt het voor zich dat je daarin ook ervaringen en inzichten uit vorige periodes kort kan integreren. De eindversie biedt m.a.w. een terugblik op de volledige stage, een grondige beschrijving op basis van de drie pijlers over ‘waar je nu staat’ in het betrokken stage-OPO en jouw plannen en acties voor de toekomst.
Het interactief verslag vormt de basis voor de beoordeling van jouw professionele leerproces in de stage. Actief experimenteergedrag, tegenslagen, successen, feedback, observaties, gesprekken, gebeurtenissen, … maken typisch deel uit van een zoekproces naar jouw lesgeefstijl en identiteit als leerkracht. De verplichte bijlagen betreffen enkel de stage van het betrokken stage-OPO. Je selecteert bewijsstukken, conform de richtlijnen, die representatief zijn voor ‘waar je staat’ in jouw leerproces tijdens het betreffende stage-OPO. Deze bewijsstukken vormen de basis voor een beoordeling van de uitvoering van de stage en het behaalde competentieniveau.
Per stage-OPO vindt een tussentijds gesprek en een eindgesprek plaats met de stagecoach, die samen met de student zijn/haar ontwikkeling m.b.t. de OLR’s bespreekt. Op die manier identificeren ze hun sterke punten en groeipunten en werken ze doelgericht vooruit naar een volgend stage-OPO.
De student heeft de keuze om ofwel een vlog/ schriftelijke reflectie per stagedag in te dienen ofwel 4 intervisies van 2u bij te wonen ofwel 2 lesopnames met reflectie met a.d.h.v. het lesbeoordelingsformulier. Deze bronnen kunnen ook gebruikt worden om het interactief verslag vorm te geven.
LET OP: DIT GELDT ENKEL VOOR KENNISMAKING MET DE PRAKTIJK - indien de student nieuwe stage-OPO’s wil opnemen in eenzelfde periode, is het belangrijk dat volgtijdelijkheid gerespecteerd wordt en dat de stage-evaluatie positief beoordeeld wordt. Indien er (nog) geen positieve beoordeling gegeven kan worden, wordt de student gevraagd om extra lessen te geven tot het basisniveau voor zelfstandige stage bereikt is. Het is m.a.w. belangrijk om een officiële ‘go’ te krijgen van de stagecoach en het docententeam vooraleer een nieuw stage-OPO aan te vangen.
|
|
|
|
|
|
|
Assisteren ✔
|
|
|
Observeren (min. 4u bij mentor) ✔
|
|
|
Stage (waarvan 4u co-teaching + 4u zelfstandige stage) ✔
|
|
|
|
Periode 2 Studiepunten 6,00
Evaluatievorm | |
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Enkel voor een geslaagd deelcijfer is er behoud in het academiejaar. |
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | 70% lesstage (m.i.v. lesvoorbereidingen, feedback en evaluatie van stagelessen in overleg met de stagementor) en 30% op het interactief groei- en reflectiedocument. Het stagedossier omvat beide delen(=100%). De evaluatie van dit opleidingsonderdeel vindt tijdens de onderwijsperiode plaats. Een team van stagebegeleiders evalueert de student op basis van de gedocumenteerde ervaringen in een stagedossier, een stagebezoek en een gesprek met de betrokken praktijkassistent of stagementor(en) (dat eventueel telefonisch of online kan plaatsvinden). Het stagedossier bevat enerzijds de lesvoorbereidingen (inclusief bijlagen) en lesbeoordelingen, het stagebeoordelingsformulier van de stagementor(en), de evaluatie van het stagebezoek door de stagebegeleider(s) en anderzijds het interactief groei- en reflectiedocument.
De student dient alle onderdelen van het stagedossier in te dienen. Indien een onderdeel ontbreekt, kan de student niet slagen op dit opleidingsonderdeel en krijgt de student als eindresultaat ‘N’ in zijn studentendossier. Een student moet op elk onderdeel een geslaagd examenresultaat (10/20 of meer) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Gevolg | Indien de student niet slaagt op dit opleidingsonderdeel, kan de student herkansen door (een deel van) het stagedossier te herwerken in functie van de feedback en opnieuw in te dienen. Indien de student geen positieve beoordeling heeft op de uitvoering van de lesstage, is er geen herkansing mogelijk voor dit opleidingsonderdeel. De student zal het opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw moeten opnemen. Een student die op een (of meerdere) onderdelen een onvoldoende behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 9/20 of het rekenkundig gewogen gemiddelde indien de score lager is. Dit is niet tolereerbaar. |
|
|
|
|
|
|
|
 | Educatieve master in de wetenschappen en technologie - engineering en technologie jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | 162 | 6,0 | | | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de wetenschappen en technologie - verkort traject | Verplicht | 162 | 6,0 | 162 | 6,0 | | | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de wetenschappen en technologie - wetenschappen jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | 162 | 6,0 | | | Ja | Nee | Numeriek |  |
|
| Eindcompetenties |
- EC
| De educatieve master gaat op een positieve wijze om met diversiteit en talenten en geeft op een krachtige wijze vorm aan leren op het niveau van de lerenden en de leergroep en mede op het niveau van het (school)team en de partners & externen. | - EC
| De educatieve master beschikt over pedagogisch-didactische, vakdidactische en domeininhoudelijke expertise in wetenschappen en/of technologie en actualiseert, verbreedt en verdiept deze expertises voortdurend op basis van onderzoek en ervaringen in de praktijk. | - EC
| De educatieve master zet de verworven expertises geïntegreerd in om krachtige leeromgevingen te creëren waarvan alle didactische componenten aansluiten bij de beginsituatie en het leerproces van elke lerende. | - EC
| De educatieve master empowert samen met anderen vanuit een ethische houding de leer- en ontwikkelingsprocessen van elke lerende met het oog op het stimuleren van de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing. | - EC
| De educatieve master plant het werk op korte en lange termijn rekening houdend met de lerende, de leergroep, het team op school en de partners & externen. | - EC
| De educatieve master communiceert op een heldere wijze in diverse talige situaties en werkt op een constructieve wijze samen met lerenden, collega’s, ouders en externen in functie van het leren. | - EC
| De educatieve master raadpleegt op een autonome wijze (inter)nationaal onderwijskundig, vakdidactisch en domeingebonden onderzoek en vertaalt dit op een kritisch-reflectieve wijze naar de dagelijkse steeds evoluerende onderwijspraktijk. | - EC
| De educatieve master engageert zich in een continu professioneel leerproces gericht op krachtig leren, diversiteit & talenten, innovatie & ontwikkeling en samenwerking & co-creatie van onderwijs. |
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
|
In de stage-OPO’s maken studenten kennis met de lespraktijk en de job van leraar in secundaire scholen (SO) en andere contexten (hoger onderwijs, deeltijds en volwassenenonderwijs, VTO in bedrijfscontexten). Samen met studenten bewaken we dat, over alle praktijk opleidingsonderdelen heen, studenten brede werkervaring opdoen in verschillende stage-contexten, in diverse onderwijsvormen (doorstroom/dubbele finaliteit/arbeidsmarkt) en een variatie aan scholen over de onderwijsnetten heen.
De stage-OPO’s bouwen verder op de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ waarin de studenten door middel van ‘micro teaching’-oefensessies het functioneren als leraar binnen een veilige, gesimuleerde context inoefenen en sluit aan bij pedagogisch/didactische-vakken waarin studenten inzichten vanuit de theorie en onderzoek verwerven. Dit stage-OPO bestaat uit de volgende onderdelen: observaties, assisteer lessen, co-teaching, zelfstandige lesstage en reflectie via het interactief groei- en reflectiedocument.
Observaties, assisteer lessen, co-teaching en zelfstandige lesstage
Studenten observeren lessen bij vakmentoren met als focus pijler 1 leren en ontwikkeling. De kaders die worden aangereikt binnen de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ en de pedagogisch/didactische opleidingsonderdelen vormen de basis om gericht te kunnen observeren. Naast observeren assisteren studenten ook bij lessen van vakmentoren zodat ze geleidelijk aan een meer actieve rol bij het lesgebeuren leren opnemen. De co-teaching lessen kunnen gebeuren samen met een vakmentor of met een medestudent. Hierbij vullen alle partijen een evenwaardige rol in tijdens het lesgebeuren.
Tot slot geven studenten in dit stage-OPO ook al een beperkt aantal uren zelfstandig les. Deze zelfstandige lessen bereiden ze voor a.d.h.v. UHasselt-lesvoorbereidingsformulieren (LVB). Deze lesvoorbereidingen worden vooraf doorgestuurd naar de vakmentor.
Er wordt voor de effectief uit te voeren zelfstandige lesstage worden er verschillende oefenmomenten voorzien van de microteachings van de vakdidactiek en via extra sessies, waarbij de student één voorbereide les in een veilige context kan uitvoeren met medestudenten. De student krijgt hierbij feedback, zowel bij de voorbereiding als bij de oefenles. Dit gebeurt in kleine groepen.
Elke student krijgt één stagebezoek van een pedagogisch stagebegeleider of een vakdidactisch stagebegeleider. De stagelessen worden geobserveerd door de stagementor van de stageschool en gevolgd door een nabespreking. De stagementor vult ook een lesbeoordeling in.
De student bewaakt mee dat hij/zij over alle stage-OPO’s heen minstens tien uur onderwijs in de tweede en/of derde graad SO geeft per gevolgde vakdidactiek. Deze uren worden best gespreid over meerdere stage-OPO’s.
Reflectie via het groei- en reflectiedocument
Het UHasselt opleidingsprofiel geeft richting aan je stage. Doorheen elk stage-OPO reflecteer je over hoe je groeit en vaardiger wordt gericht op de pijlers van de opleiding. Je start met de focus op één pijler ‘Leren en Ontwikkeling’ bij de kennismakingsstage en naargelang je meer ervaring opbouwt, verbreedt je focus met de andere pijlers. Dat doe je a.d.h.v. de criteria in het stagebeoordelingsformulier en de feedback van je mentor. Wat je stelt, onderbouw je met argumenten en relateer je aan specifieke stage-ervaringen in de klas of op school, aan theoretische inzichten uit de opleiding en aan concrete bewijsmaterialen. Het eindresultaat is een interactief verslag opgebouwd met actieve doorklik-linken naar illustratieve lessen, feedback, ervaringen en reflectie-oefeningen in jouw stagemap op Google-drive. Het groei- en reflectiedocument blikt terug op de voorbije stage, gaat in op waar je momenteel staat en beschrijft welke doelen en acties je vooropstelt voor de volgende periode. Per stage-OPO laad je de versie van dit document op na afronding van het betrokken stage-OPO. Gezien stage een continu leerproces is, spreekt het voor zich dat je daarin ook ervaringen en inzichten uit vorige periodes kort kan integreren. De eindversie biedt m.a.w. een terugblik op de volledige stage, een grondige beschrijving op basis van de drie pijlers over ‘waar je nu staat’ in het betrokken stage-OPO en jouw plannen en acties voor de toekomst.
Het interactief verslag vormt de basis voor de beoordeling van jouw professionele leerproces in de stage. Actief experimenteergedrag, tegenslagen, successen, feedback, observaties, gesprekken, gebeurtenissen, … maken typisch deel uit van een zoekproces naar jouw lesgeefstijl en identiteit als leerkracht. De verplichte bijlagen betreffen enkel de stage van het betrokken stage-OPO. Je selecteert bewijsstukken, conform de richtlijnen, die representatief zijn voor ‘waar je staat’ in jouw leerproces tijdens het betreffende stage-OPO. Deze bewijsstukken vormen de basis voor een beoordeling van de uitvoering van de stage en het behaalde competentieniveau.
Per stage-OPO vindt een tussentijds gesprek en een eindgesprek plaats met de stagecoach, die samen met de student zijn/haar ontwikkeling m.b.t. de OLR’s bespreekt. Op die manier identificeren ze hun sterke punten en groeipunten en werken ze doelgericht vooruit naar een volgend stage-OPO.
De student heeft de keuze om ofwel een vlog/ schriftelijke reflectie per stagedag in te dienen ofwel 4 intervisies van 2u bij te wonen ofwel 2 lesopnames met reflectie met a.d.h.v. het lesbeoordelingsformulier. Deze bronnen kunnen ook gebruikt worden om het interactief verslag vorm te geven.
LET OP: DIT GELDT ENKEL VOOR KENNISMAKING MET DE PRAKTIJK - indien de student nieuwe stage-OPO’s wil opnemen in eenzelfde periode, is het belangrijk dat volgtijdelijkheid gerespecteerd wordt en dat de stage-evaluatie positief beoordeeld wordt. Indien er (nog) geen positieve beoordeling gegeven kan worden, wordt de student gevraagd om extra lessen te geven tot het basisniveau voor zelfstandige stage bereikt is. Het is m.a.w. belangrijk om een officiële ‘go’ te krijgen van de stagecoach en het docententeam vooraleer een nieuw stage-OPO aan te vangen.
|
|
|
|
|
|
|
Assisteren ✔
|
|
|
Observeren (min. 4u bij mentor) ✔
|
|
|
Stage (waarvan 4u co-teaching + 4u zelfstandige stage) ✔
|
|
|
|
Periode 1 Studiepunten 6,00
Evaluatievorm | |
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Enkel voor een geslaagd deelcijfer is er behoud in het academiejaar. |
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | 70% lesstage (m.i.v. lesvoorbereidingen, feedback en evaluatie van stagelessen in overleg met de stagementor) en 30% op het interactief groei- en reflectiedocument. Het stagedossier omvat beide delen(=100%). De evaluatie van dit opleidingsonderdeel vindt tijdens de onderwijsperiode plaats. Een team van stagebegeleiders evalueert de student op basis van de gedocumenteerde ervaringen in een stagedossier, een stagebezoek en een gesprek met de betrokken praktijkassistent of stagementor(en) (dat eventueel telefonisch of online kan plaatsvinden). Het stagedossier bevat enerzijds de lesvoorbereidingen (inclusief bijlagen) en lesbeoordelingen, het stagebeoordelingsformulier van de stagementor(en), de evaluatie van het stagebezoek door de stagebegeleider(s) en anderzijds het interactief groei- en reflectiedocument.
De student dient alle onderdelen van het stagedossier in te dienen. Indien een onderdeel ontbreekt, kan de student niet slagen op dit opleidingsonderdeel en krijgt de student als eindresultaat ‘N’ in zijn studentendossier. Een student moet op elk onderdeel een geslaagd examenresultaat (10/20 of meer) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Gevolg | Indien de student niet slaagt op dit opleidingsonderdeel, kan de student herkansen door (een deel van) het stagedossier te herwerken in functie van de feedback en opnieuw in te dienen. Indien de student geen positieve beoordeling heeft op de uitvoering van de lesstage, is er geen herkansing mogelijk voor dit opleidingsonderdeel. De student zal het opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw moeten opnemen. Een student die op een (of meerdere) onderdelen een onvoldoende behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 9/20 of het rekenkundig gewogen gemiddelde indien de score lager is. Dit is niet tolereerbaar. |
|
|
|
|
|
|
|
 | Educatieve master in de wetenschappen en technologie - engineering en technologie jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | | | 162 | 6,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de wetenschappen en technologie - verkort traject | Verplicht | 162 | 6,0 | | | 162 | 6,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
Educatieve master in de wetenschappen en technologie - wetenschappen jaar 1 | Verplicht | 162 | 6,0 | | | 162 | 6,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
|
| Eindcompetenties |
- EC
| De educatieve master gaat op een positieve wijze om met diversiteit en talenten en geeft op een krachtige wijze vorm aan leren op het niveau van de lerenden en de leergroep en mede op het niveau van het (school)team en de partners & externen. | - EC
| De educatieve master beschikt over pedagogisch-didactische, vakdidactische en domeininhoudelijke expertise in wetenschappen en/of technologie en actualiseert, verbreedt en verdiept deze expertises voortdurend op basis van onderzoek en ervaringen in de praktijk. | - EC
| De educatieve master zet de verworven expertises geïntegreerd in om krachtige leeromgevingen te creëren waarvan alle didactische componenten aansluiten bij de beginsituatie en het leerproces van elke lerende. | - EC
| De educatieve master empowert samen met anderen vanuit een ethische houding de leer- en ontwikkelingsprocessen van elke lerende met het oog op het stimuleren van de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing. | - EC
| De educatieve master plant het werk op korte en lange termijn rekening houdend met de lerende, de leergroep, het team op school en de partners & externen. | - EC
| De educatieve master communiceert op een heldere wijze in diverse talige situaties en werkt op een constructieve wijze samen met lerenden, collega’s, ouders en externen in functie van het leren. | - EC
| De educatieve master raadpleegt op een autonome wijze (inter)nationaal onderwijskundig, vakdidactisch en domeingebonden onderzoek en vertaalt dit op een kritisch-reflectieve wijze naar de dagelijkse steeds evoluerende onderwijspraktijk. | - EC
| De educatieve master engageert zich in een continu professioneel leerproces gericht op krachtig leren, diversiteit & talenten, innovatie & ontwikkeling en samenwerking & co-creatie van onderwijs. |
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
|
In de stage-OPO’s maken studenten kennis met de lespraktijk en de job van leraar in secundaire scholen (SO) en andere contexten (hoger onderwijs, deeltijds en volwassenenonderwijs, VTO in bedrijfscontexten). Samen met studenten bewaken we dat, over alle praktijk opleidingsonderdelen heen, studenten brede werkervaring opdoen in verschillende stage-contexten, in diverse onderwijsvormen (doorstroom/dubbele finaliteit/arbeidsmarkt) en een variatie aan scholen over de onderwijsnetten heen.
De stage-OPO’s bouwen verder op de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ waarin de studenten door middel van ‘micro teaching’-oefensessies het functioneren als leraar binnen een veilige, gesimuleerde context inoefenen en sluit aan bij pedagogisch/didactische-vakken waarin studenten inzichten vanuit de theorie en onderzoek verwerven. Dit stage-OPO bestaat uit de volgende onderdelen: observaties, assisteer lessen, co-teaching, zelfstandige lesstage en reflectie via het interactief groei- en reflectiedocument.
Observaties, assisteer lessen, co-teaching en zelfstandige lesstage
Studenten observeren lessen bij vakmentoren met als focus pijler 1 leren en ontwikkeling. De kaders die worden aangereikt binnen de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ en de pedagogisch/didactische opleidingsonderdelen vormen de basis om gericht te kunnen observeren. Naast observeren assisteren studenten ook bij lessen van vakmentoren zodat ze geleidelijk aan een meer actieve rol bij het lesgebeuren leren opnemen. De co-teaching lessen kunnen gebeuren samen met een vakmentor of met een medestudent. Hierbij vullen alle partijen een evenwaardige rol in tijdens het lesgebeuren.
Tot slot geven studenten in dit stage-OPO ook al een beperkt aantal uren zelfstandig les. Deze zelfstandige lessen bereiden ze voor a.d.h.v. UHasselt-lesvoorbereidingsformulieren (LVB). Deze lesvoorbereidingen worden vooraf doorgestuurd naar de vakmentor.
Er wordt voor de effectief uit te voeren zelfstandige lesstage worden er verschillende oefenmomenten voorzien van de microteachings van de vakdidactiek en via extra sessies, waarbij de student één voorbereide les in een veilige context kan uitvoeren met medestudenten. De student krijgt hierbij feedback, zowel bij de voorbereiding als bij de oefenles. Dit gebeurt in kleine groepen.
Elke student krijgt één stagebezoek van een pedagogisch stagebegeleider of een vakdidactisch stagebegeleider. De stagelessen worden geobserveerd door de stagementor van de stageschool en gevolgd door een nabespreking. De stagementor vult ook een lesbeoordeling in.
De student bewaakt mee dat hij/zij over alle stage-OPO’s heen minstens tien uur onderwijs in de tweede en/of derde graad SO geeft per gevolgde vakdidactiek. Deze uren worden best gespreid over meerdere stage-OPO’s.
Reflectie via het groei- en reflectiedocument
Het UHasselt opleidingsprofiel geeft richting aan je stage. Doorheen elk stage-OPO reflecteer je over hoe je groeit en vaardiger wordt gericht op de pijlers van de opleiding. Je start met de focus op één pijler ‘Leren en Ontwikkeling’ bij de kennismakingsstage en naargelang je meer ervaring opbouwt, verbreedt je focus met de andere pijlers. Dat doe je a.d.h.v. de criteria in het stagebeoordelingsformulier en de feedback van je mentor. Wat je stelt, onderbouw je met argumenten en relateer je aan specifieke stage-ervaringen in de klas of op school, aan theoretische inzichten uit de opleiding en aan concrete bewijsmaterialen. Het eindresultaat is een interactief verslag opgebouwd met actieve doorklik-linken naar illustratieve lessen, feedback, ervaringen en reflectie-oefeningen in jouw stagemap op Google-drive. Het groei- en reflectiedocument blikt terug op de voorbije stage, gaat in op waar je momenteel staat en beschrijft welke doelen en acties je vooropstelt voor de volgende periode. Per stage-OPO laad je de versie van dit document op na afronding van het betrokken stage-OPO. Gezien stage een continu leerproces is, spreekt het voor zich dat je daarin ook ervaringen en inzichten uit vorige periodes kort kan integreren. De eindversie biedt m.a.w. een terugblik op de volledige stage, een grondige beschrijving op basis van de drie pijlers over ‘waar je nu staat’ in het betrokken stage-OPO en jouw plannen en acties voor de toekomst.
Het interactief verslag vormt de basis voor de beoordeling van jouw professionele leerproces in de stage. Actief experimenteergedrag, tegenslagen, successen, feedback, observaties, gesprekken, gebeurtenissen, … maken typisch deel uit van een zoekproces naar jouw lesgeefstijl en identiteit als leerkracht. De verplichte bijlagen betreffen enkel de stage van het betrokken stage-OPO. Je selecteert bewijsstukken, conform de richtlijnen, die representatief zijn voor ‘waar je staat’ in jouw leerproces tijdens het betreffende stage-OPO. Deze bewijsstukken vormen de basis voor een beoordeling van de uitvoering van de stage en het behaalde competentieniveau.
Per stage-OPO vindt een tussentijds gesprek en een eindgesprek plaats met de stagecoach, die samen met de student zijn/haar ontwikkeling m.b.t. de OLR’s bespreekt. Op die manier identificeren ze hun sterke punten en groeipunten en werken ze doelgericht vooruit naar een volgend stage-OPO.
De student heeft de keuze om ofwel een vlog/ schriftelijke reflectie per stagedag in te dienen ofwel 4 intervisies van 2u bij te wonen ofwel 2 lesopnames met reflectie met a.d.h.v. het lesbeoordelingsformulier. Deze bronnen kunnen ook gebruikt worden om het interactief verslag vorm te geven.
LET OP: DIT GELDT ENKEL VOOR KENNISMAKING MET DE PRAKTIJK - indien de student nieuwe stage-OPO’s wil opnemen in eenzelfde periode, is het belangrijk dat volgtijdelijkheid gerespecteerd wordt en dat de stage-evaluatie positief beoordeeld wordt. Indien er (nog) geen positieve beoordeling gegeven kan worden, wordt de student gevraagd om extra lessen te geven tot het basisniveau voor zelfstandige stage bereikt is. Het is m.a.w. belangrijk om een officiële ‘go’ te krijgen van de stagecoach en het docententeam vooraleer een nieuw stage-OPO aan te vangen.
|
|
|
|
|
|
|
Assisteren ✔
|
|
|
Observeren (min. 4u bij mentor) ✔
|
|
|
Stage (waarvan 4u co-teaching + 4u zelfstandige stage) ✔
|
|
|
|
Periode 2 Studiepunten 6,00
Evaluatievorm | |
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Enkel voor een geslaagd deelcijfer is er behoud in het academiejaar. |
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | 70% lesstage (m.i.v. lesvoorbereidingen, feedback en evaluatie van stagelessen in overleg met de stagementor) en 30% op het interactief groei- en reflectiedocument. Het stagedossier omvat beide delen(=100%). De evaluatie van dit opleidingsonderdeel vindt tijdens de onderwijsperiode plaats. Een team van stagebegeleiders evalueert de student op basis van de gedocumenteerde ervaringen in een stagedossier, een stagebezoek en een gesprek met de betrokken praktijkassistent of stagementor(en) (dat eventueel telefonisch of online kan plaatsvinden). Het stagedossier bevat enerzijds de lesvoorbereidingen (inclusief bijlagen) en lesbeoordelingen, het stagebeoordelingsformulier van de stagementor(en), de evaluatie van het stagebezoek door de stagebegeleider(s) en anderzijds het interactief groei- en reflectiedocument.
De student dient alle onderdelen van het stagedossier in te dienen. Indien een onderdeel ontbreekt, kan de student niet slagen op dit opleidingsonderdeel en krijgt de student als eindresultaat ‘N’ in zijn studentendossier. Een student moet op elk onderdeel een geslaagd examenresultaat (10/20 of meer) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Gevolg | Indien de student niet slaagt op dit opleidingsonderdeel, kan de student herkansen door (een deel van) het stagedossier te herwerken in functie van de feedback en opnieuw in te dienen. Indien de student geen positieve beoordeling heeft op de uitvoering van de lesstage, is er geen herkansing mogelijk voor dit opleidingsonderdeel. De student zal het opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw moeten opnemen. Een student die op een (of meerdere) onderdelen een onvoldoende behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 9/20 of het rekenkundig gewogen gemiddelde indien de score lager is. Dit is niet tolereerbaar. |
|
|
|
|
|
|
|
 | Educatieve master in de wetenschappen en technologie - verkort traject | Overgangscurriculum | 81 | 3,0 | | | 81 | 3,0 | Ja | Nee | Numeriek |  |
|
| Eindcompetenties |
- EC
| De educatieve master gaat op een positieve wijze om met diversiteit en talenten en geeft op een krachtige wijze vorm aan leren op het niveau van de lerenden en de leergroep en mede op het niveau van het (school)team en de partners & externen. | - EC
| De educatieve master beschikt over pedagogisch-didactische, vakdidactische en domeininhoudelijke expertise in wetenschappen en/of technologie en actualiseert, verbreedt en verdiept deze expertises voortdurend op basis van onderzoek en ervaringen in de praktijk. | - EC
| De educatieve master zet de verworven expertises geïntegreerd in om krachtige leeromgevingen te creëren waarvan alle didactische componenten aansluiten bij de beginsituatie en het leerproces van elke lerende. | - EC
| De educatieve master empowert samen met anderen vanuit een ethische houding de leer- en ontwikkelingsprocessen van elke lerende met het oog op het stimuleren van de brede persoonlijke, intellectuele en maatschappelijke ontplooiing. | - EC
| De educatieve master plant het werk op korte en lange termijn rekening houdend met de lerende, de leergroep, het team op school en de partners & externen. | - EC
| De educatieve master communiceert op een heldere wijze in diverse talige situaties en werkt op een constructieve wijze samen met lerenden, collega’s, ouders en externen in functie van het leren. | - EC
| De educatieve master raadpleegt op een autonome wijze (inter)nationaal onderwijskundig, vakdidactisch en domeingebonden onderzoek en vertaalt dit op een kritisch-reflectieve wijze naar de dagelijkse steeds evoluerende onderwijspraktijk. | - EC
| De educatieve master engageert zich in een continu professioneel leerproces gericht op krachtig leren, diversiteit & talenten, innovatie & ontwikkeling en samenwerking & co-creatie van onderwijs. |
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
|
In de stage-OPO’s maken studenten kennis met de lespraktijk en de job van leraar in secundaire scholen (SO) en andere contexten (hoger onderwijs, deeltijds en volwassenenonderwijs, VTO in bedrijfscontexten). Samen met studenten bewaken we dat, over alle praktijk opleidingsonderdelen heen, studenten brede werkervaring opdoen in verschillende stage-contexten, in diverse onderwijsvormen (doorstroom/dubbele finaliteit/arbeidsmarkt) en een variatie aan scholen over de onderwijsnetten heen.
De stage-OPO’s bouwen verder op de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ waarin de studenten door middel van ‘micro teaching’-oefensessies het functioneren als leraar binnen een veilige, gesimuleerde context inoefenen en sluit aan bij pedagogisch/didactische-vakken waarin studenten inzichten vanuit de theorie en onderzoek verwerven. Dit stage-OPO bestaat uit de volgende onderdelen: observaties, assisteer lessen en zelfstandige lesstage en reflectie via het interactief groei- en reflectiedocument.
Observaties, assisteer lessen, co-teaching en zelfstandige lesstage
Studenten observeren lessen bij vakmentoren met als focus pijler 1 leren en ontwikkeling. De kaders die worden aangereikt binnen de opleidingsonderdelen ‘vakdidactiek basis/specifiek’ en de pedagogisch/didactische opleidingsonderdelen vormen de basis om gericht te kunnen observeren. Naast observeren assisteren studenten ook bij lessen van vakmentoren zodat ze geleidelijk aan een meer actieve rol bij het lesgebeuren leren opnemen.
Tot slot geven studenten in dit stage-OPO ook al een beperkt aantal uren zelfstandig les. Deze zelfstandige lessen bereiden ze voor a.d.h.v. UHasselt-lesvoorbereidingsformulieren (LVB). Deze lesvoorbereidingen worden vooraf doorgestuurd naar de vakmentor.
Er wordt voor de effectief uit te voeren zelfstandige lesstage worden er verschillende oefenmomenten voorzien van de microteachings van de vakdidactiek en via extra sessies, waarbij de student één voorbereide les in een veilige context kan uitvoeren met medestudenten. De student krijgt hierbij feedback, zowel bij de voorbereiding als bij de oefenles. Dit gebeurt in kleine groepen.
Elke student krijgt één stagebezoek van een pedagogisch stagebegeleider of een vakdidactisch stagebegeleider. De stagelessen worden geobserveerd door de stagementor van de stageschool en gevolgd door een nabespreking. De stagementor vult ook een lesbeoordeling in.
De student bewaakt mee dat hij/zij over alle stage-OPO’s heen minstens tien uur onderwijs in de tweede en/of derde graad SO geeft per gevolgde vakdidactiek. Deze uren worden best gespreid over meerdere stage-OPO’s.
Reflectie via het groei- en reflectiedocument
Het UHasselt opleidingsprofiel geeft richting aan je stage. Doorheen elk stage-OPO reflecteer je over hoe je groeit en vaardiger wordt gericht op de pijlers van de opleiding. Je start met de focus op één pijler ‘Leren en Ontwikkeling’ bij de kennismakingsstage en naargelang je meer ervaring opbouwt, verbreedt je focus met de andere pijlers. Dat doe je a.d.h.v. de criteria in het stagebeoordelingsformulier en de feedback van je mentor. Wat je stelt, onderbouw je met argumenten en relateer je aan specifieke stage-ervaringen in de klas of op school, aan theoretische inzichten uit de opleiding en aan concrete bewijsmaterialen. Het eindresultaat is een interactief verslag opgebouwd met actieve doorklik-linken naar illustratieve lessen, feedback, ervaringen en reflectie-oefeningen in jouw stagemap op Google-drive. Het groei- en reflectiedocument blikt terug op de voorbije stage, gaat in op waar je momenteel staat en beschrijft welke doelen en acties je vooropstelt voor de volgende periode. Per stage-OPO laad je de versie van dit document op na afronding van het betrokken stage-OPO. Gezien stage een continu leerproces is, spreekt het voor zich dat je daarin ook ervaringen en inzichten uit vorige periodes kort kan integreren. De eindversie biedt m.a.w. een terugblik op de volledige stage, een grondige beschrijving op basis van de drie pijlers over ‘waar je nu staat’ in het betrokken stage-OPO en jouw plannen en acties voor de toekomst.
Het interactief verslag vormt de basis voor de beoordeling van jouw professionele leerproces in de stage. Actief experimenteergedrag, tegenslagen, successen, feedback, observaties, gesprekken, gebeurtenissen, … maken typisch deel uit van een zoekproces naar jouw lesgeefstijl en identiteit als leerkracht. De verplichte bijlagen betreffen enkel de stage van het betrokken stage-OPO. Je selecteert bewijsstukken, conform de richtlijnen, die representatief zijn voor ‘waar je staat’ in jouw leerproces tijdens het betreffende stage-OPO. Deze bewijsstukken vormen de basis voor een beoordeling van de uitvoering van de stage en het behaalde competentieniveau.
Per stage-OPO vindt een tussentijds gesprek en een eindgesprek plaats met de stagecoach, die samen met de student zijn/haar ontwikkeling m.b.t. de OLR’s bespreekt. Op die manier identificeren ze hun sterke punten en groeipunten en werken ze doelgericht vooruit naar een volgend stage-OPO.
De student heeft de keuze om ofwel een vlog/ schriftelijke reflectie per stagedag in te dienen ofwel 4 intervisies van 2u bij te wonen ofwel 2 lesopnames met reflectie met a.d.h.v. het lesbeoordelingsformulier. Deze bronnen kunnen ook gebruikt worden om het interactief verslag vorm te geven.
LET OP: DIT GELDT ENKEL VOOR KENNISMAKING MET DE PRAKTIJK - indien de student nieuwe stage-OPO’s wil opnemen in eenzelfde periode, is het belangrijk dat volgtijdelijkheid gerespecteerd wordt en dat de stage-evaluatie positief beoordeeld wordt. Indien er (nog) geen positieve beoordeling gegeven kan worden, wordt de student gevraagd om extra lessen te geven tot het basisniveau voor zelfstandige stage bereikt is. Het is m.a.w. belangrijk om een officiële ‘go’ te krijgen van de stagecoach en het docententeam vooraleer een nieuw stage-OPO aan te vangen.
|
|
|
|
|
|
|
Assisteren ✔
|
|
|
Observeren (min. 4u bij mentor) ✔
|
|
|
Stage ✔
|
|
|
|
Periode 2 Studiepunten 3,00
Evaluatievorm | |
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Enkel voor een geslaagd deelcijfer is er behoud in het academiejaar. |
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | 70% lesstage (m.i.v. lesvoorbereidingen, feedback en evaluatie van stagelessen in overleg met de stagementor) en 30% op het interactief groei- en reflectiedocument. Het stagedossier omvat beide delen(=100%). De evaluatie van dit opleidingsonderdeel vindt tijdens de onderwijsperiode plaats. Een team van stagebegeleiders evalueert de student op basis van de gedocumenteerde ervaringen in een stagedossier, een stagebezoek en een gesprek met de betrokken praktijkassistent of stagementor(en) (dat eventueel telefonisch of online kan plaatsvinden). Het stagedossier bevat enerzijds de lesvoorbereidingen (inclusief bijlagen) en lesbeoordelingen, het stagebeoordelingsformulier van de stagementor(en), de evaluatie van het stagebezoek door de stagebegeleider(s) en anderzijds het interactief groei- en reflectiedocument. De student dient alle onderdelen van het stagedossier in te dienen. Indien een onderdeel ontbreekt, kan de student niet slagen op dit opleidingsonderdeel en krijgt de student als eindresultaat ‘N’ in zijn studentendossier. Een student moet op elk onderdeel een geslaagd examenresultaat (10/20 of meer) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Gevolg | Indien de student niet slaagt op dit opleidingsonderdeel, kan de student herkansen door (een deel van) het stagedossier te herwerken in functie van de feedback en opnieuw in te dienen. Indien de student geen positieve beoordeling heeft op de uitvoering van de lesstage, is er geen herkansing mogelijk voor dit opleidingsonderdeel. De student zal het opleidingsonderdeel in een volgend academiejaar opnieuw moeten opnemen. Een student die op een (of meerdere) onderdelen een onvoldoende behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 9/20 of het rekenkundig gewogen gemiddelde indien de score lager is. Dit is niet tolereerbaar. |
|
|
|
Tweede examenkans
Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
|
|
|
|
1 examenregeling art.1.3, lid 4. |
2 examenregeling art.4.7, lid 2. |
3 examenregeling art.2.2, lid 3.
|
Legende |
SBU : studiebelastingsuren | SP : studiepunten | N : Nederlands | E : Engels |
|